De raad van bestuur

 

De raad van bestuur van de GSOB telt 9 bestuurders:

  • 4 vertegenwoordigers van de leden van categorie A (Brusselse gemeenten en OCMW's)
  • 4 vertegenwoordigers van de leden van categorie B (Brussels Hoofdstedelijk Gewest)
  • 1 vertegenwoordiger van de leden van categorie C (institutionele partners)

De vertegenwoordigers van de werknemers zetelen er ook met raadgevende stem.

Bovendien zijn twee regeringscommissarissen belast met het toezicht op de goede werking van dit bestuursorgaan.

salle gatti de gamond

 

BESTUURDERS:

  • Mevrouw Dominique GILLARD, Vertegenwoordigster van de Minister B. CLERFAYT, Voorzitster
  • De heer Luc DENYS, Vertegenwoordiger van de Minister E. VAN DEN BRANDT, Vice-Voorzitter
  • De heer Stéphane ROBERTI, Burgemeester van Vorst, Vice-Voorzitter
  • De heer Ahmed LAAOUEJ, Burgemeester van Koekelberg
  • De heer Luc FREMAL, Voorzitter van het OCMW van Sint-Joost-ten-Noode
  • De heer Didier GOSUIN, Burgemeester van Oudergem
  • Mevrouw Geneviève LOUYEST, Vertegenwoordigster van de Minister A. MARON
  • De heer Thibaut MICHOT, Vertegenwoordiger van de Minister-président R. VERVOORT
  • Mevrouw Chantal DE SAEGER, Brulocalis

 

VERTEGENWOORDIGERS VAN DE VAKBONDSORGANISATIES:

  • Mevrouw Brigitte COLLIN, VSOA
  • Mevrouw Muriel DI MARTINELLI, ACOD
  • De heer Benoît LAMBOTTE, ACV

 

 REGERINGSCOMMISSARISSEN:

  • De heer Michel DIERICK
  • De heer Walter VERMANDER

 

 

Algemene Vergadering

 

Samenstelling

De GSOB is een vzw waarvan de effectieve leden in 3 categorieën thuishoren.

 

  • Categorie A: De Brusselse gemeenten en OCMW's, vertegenwoordigd door hun burgemeester of voorzitter.
  • Categorie B: Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door 14 door de gewestregering aangestelde mensen.
  • Categorie C: De institutionele partners (momenteel: Brulocalis en Belfius Bank), telkens vertegenwoordigd door een persoon naar keuze. 

 

Rol

De Algemene Vergadering is onder meer bevoegd voor:

  • het goedkeuren van de jaarrekeningen en het stemmen van de begroting,
  • het aanstellen en ontslaan van bestuurders,
  • het aanduiden van de voorzitter en de ondervoorzitter van het bestuursorgaan,
  • het uitwerken van een procedure voor het delegeren van bevoegdheden met het oog op het dagelijks beheer van de vereniging,
  • het wijzigen van de statuten.